vrijdag 5 juli 2024

Donderdag 4 juli – dag 27: Remoulins

                                                               
Opeens was de camping half leeg. Overal waren mensen vertrokken, of bezig dat te doen. Waarschijnlijk moesten veel mensen weer werken volgende week, en dan is het niet gek dat je op de donderdag ervoor richting huis gaat. In elk geval, het was nu nóg rustiger dan het al was. Vonden wij niet erg natuurlijk.

Voor vandaag stond de Camargue op het programma. Daar waren we al vaker geweest, maar dat was lang geleden. De laatste keer was met onze goede vrienden Harm en Gerda, helaas allebei al overleden. Harm had een dochter die al jaren daarvoor in een Franse commune was gaan wonen, in de buurt van Briançon, waar ze schapen hielden. Ze hadden ook een zomerverblijf in de Camargue, een heel groot oud huis met een enorme tuin. We werden er allemaal uitgenodigd, mochten er blijven slapen en eten. Dat laatste was een ervaring: kilo’s haricots verts werden gepunt, en een evenzo grote hoeveelheid kippenlevers van de witte zeentjes ontdaan. Alles uiteraard 100% biologisch, uit eigen tuin en van eigen kippen. Alles werd bereid met eend flinke hoeveelheid knoflook, die fijngesnipperd meegebakken werd. Een flinke klont roomboter bij de levertjes maakte het af. Nog nooit hadden we zulke lekkere levertjes gehad, en ook de boontjes waren van uitzonderlijke klasse. Minder was meer, in dit geval. Ik proef het nog. We sliepen elk met ons eigen gezin op een slaapkamer waar het snoei- maar dan ook snoeiheet was. Met natte handdoeken over ons heen probeerden we de nacht enigszins acceptabel door te komen. De volgende ochtend gingen we naar een strand in een afgelegen gebied. Ik doe er een kaartje bij om aan te geven waar je het beste naar toe kunt als je er in de buurt bent. Wel een waarschuwing: de weg ernaar toe zat stikvol kuilen en hobbels, met ook veel stenen, door dat prachtige gebied, met heel veel vogels en flamingo’s. Maar toen kwamen we op dan ook bij een heel mooi, afgelegen strandje. Het zeewater was er gewoon warm!


                                           

      
Het gaat om de weggetjes met de rode belijning (klik voor een vergroting), de tweede geeft het grotere overzicht. Maar je bent gewaarschuwd, hobbels en kuilen; kilometers lang! En ik geef geen garantie 😉

Vandaag deden we het anders. Op aanwijzingen van – alweer – een dochter namen we de D570, richting Stes-Maries-De-La-Mer. Zo’n 5 km voor dat plaatsje bevindt zich het Parc Ornitologique Pont de Gau, een ornothologisch onderzoekscentrum. Rondom het leefgebied van de vele watervogels, groot en klein, hebben ze een route aangelegd die je deels of helemaal kunt lopen. Langs het pad zijn talloze observatiehutten en -torens te vinden, en ook hebben ze overal plekken gemaakt waar je van redelijk dichtbij de vogels kunt bewonderen. Beslist een aanrader! We waren natuurlijk van plan de lange route te lopen, maar gezien de hitte gecombineerd met weinig schaduw zagen we daar van af. Je moet de goden niet verzoeken. Over de kortere route, een afstand die je normaal gesproken in een half uurtje loopt, deden we evengoed al twee uur. Overal bleven we stilstaan om ons te verbazen over zoveel moois, geen mensenhand te pas gekomen aan het ontwerp van die flamingo’s die een spectaculaire vuurdans ten beste geven als ze opeens allemaal tegelijk opvliegen. De onderkant van de vleugels vlammend rood, evenals de poten. Kolonies vol zilverreigers die hun nesten in de bomen hadden. Mensen met jonge kinderen deden een klein stukje van de korte route, maar zelfs dan is het zeer de moeite waard.

We zouden eigenlijk onze fameuze schaapherderspot eten (zie voor recept en uitleg ons blog Slovenië-Italië-Frankrijk 2023 14 juli, dag 20), maar het was gewoon te warm. Ik had nog een pak gazpacho koud staan (leve de elektrische koelbox!), en met kaas en brood was dat meer dan genoeg. Genietend van de stilte en de rust sloten we de avond af. Wat een plek.



















donderdag 4 juli 2024

Woensdag 3 juli – dag 26: Remoulins

Wij hebben thuis een bad. Het zat er al in toen we het huis kochten. Alleen, we gebruiken het nooit omdat we liever douchen. Gelukkig waren er eerst kinderen, en nu kleinkinderen die er wél dankbaar gebruik van maken als het zo uitkomt. Sterker nog, toen we in 2003 de badkamer gingen renoveren hebben we er toch weer een nieuw bad in laten zetten. Maar aan ons is het niet besteed. Dan is het wel gek dat je, terwijl je de wereld aan ruimte hebt, je tent juist in een badkuip opzet. Dat kwam zo. We zochten naar een vlakke plek die ook nog in de schaduw lag. En laat daar nu juist die badkuip aan voldoen. Een net iets lager gelegen gedeelte op ons 'perceel'. Vlak, verdiept en dus net wat minder wind mocht die de kop opsteken (zou wel niet, dachten we toen nog), vrij uitzicht naar alle kanten. Wel even de weersvoorspelling bekeken eerst, want bij regen zit de tent, met ons erbij, echt in bad. Het had hier trouwens overduidelijk heel veel geregend voor we hier kwamen, het wegtrekkende water had overal z’n sporen achtergelaten. Maar gelukkig is het nog steeds droog. Sterker, het is schitterend weer! De wind, die vandaag iets minder heftig is, zorgt juist voor zeer aangename temperaturen.

Nîmes stond op ons lijstje vandaag. Drie jaar geleden, toen we ook hier kampeerden zouden we al gaan, maar toen regende het vijf uur onafgebroken en die hebben we al lezend in de tent doorgebracht. Daarna hadden we geen zin meer in zo’n uitstapje, de middag was al vergevorderd. Maar nu pakten we de kans. Het is niet ver hier vandaag, een half uurtje rijden en net als in Aix vonden we ook hier een grote parkeergarage in het centrum. We rijden altijd maar gewoon een stad binnen, en op een goed moment zie je wel zo’n symbool met een P en een dakje. Vanaf de garage liepen we zo de stad in. Net als vele andere steden heeft ook Nîmes te lijden gehad van corona. Er is nog steeds veel leegstand, panden zijn vaak slecht onderhouden en het ziet er daardoor hier en daar wat verlopen uit. De pleintjes, met daarop natuurlijk een keur aan terrassen, straalden ouderwetse gezelligheid uit. Het was helemaal niet druk, en al zeker niet met toeristen. Gek genoeg maakt dat het ook weer een beetje saai, iets meer mensen op straat zorgt ook voor meer levendigheid. We liepen zomaar wat rond, en tegen een uur of een zochten we een plekje voor de lunch. In eerste instantie wat buiten het centrum, maar daar vonden we niets. Opeens zag ik een heel klein restaurantje, op een hoek. Het werd aangeprezen met ‘wij gebruiken uitsluitend verse en natuurlijke producten’, maar dat zeggen ze allemaal. Het is opmerkelijk hoeveel ‘allermooiste kastelen’ van de wereld Frankrijk heeft (dit zie je in alle landen; je kunt het aantal plekken in Amerika niet tellen waar ze de ‘allerbeste burgers van de wereld’ hebben). Wij naar binnen, er was een tafeltje vrij. In totaal waren er iets van 20 plaatsen schat ik. Het was een voltreffer! En dat is nog zacht uitgedrukt. Op de menukaart stonden maar een paar gerechten, en alles volgens de ‘formule midi’ oftewel het middageten. Prijzen: entree + plat €18, plat €16, ook nog een toetje €22. Er was maar één voorgerecht, velouté van komkommer, en dat was echt goddelijk. Als hoofdgerecht namen we de aubergine met tabouleh, zelfde verhaal. De aubergine was hemels. Helaas hadden we toen ons buikje echt vol en moesten we de toetjes over laten gaan. Het geheel wordt bestierd door een enthousiast echtpaar dat geheel op elkaar ingespeeld is. Klasse! En de rekening? Inclusief koffie €40…terwijl ze de sterren van de hemel kookten. Michelin, ga daar maar eens kijken. We deden nog een poging de Arena in het centrum te bekijken, maar dat stond helemaal volgebouwd met apparatuur en stoelen voor een concert. Jammer, na vijf minuten hadden we het wel gezien (en €20 armer, maar ja, shit happens). Ik ging er nog even naar de wc, maar die leek ook wel uit de romeinse tijd te komen. Wat een ouwe rommel.

Het eten had ons loom gemaakt, we wilden naar de tent. Lekker lezen. Ook deze avond hielden we het weer bij een stukje stokbrood met geitenkaas. Daarna was het hoogste tijd voor een bad. Of, eh, nou ja, een douche.









woensdag 3 juli 2024

Dinsdag 2 juli – dag 25: Remoulins

Hoewel het hier officieel een camping heet te zijn hebben we soms meer het gevoel in een hondenkennel te zijn terechtgekomen. Honden zijn hier van harte welkom, en dat snap ik ook wel: er is een heel groot uitlaatgebied rondom het terrein waar ze ook gewoon los mogen lopen. Maar waar de trouwe viervoeter in het verleden aan een lijn zat bij camper of caravan, en kom, vooruit, ook wel eens bij een tent, is er nu een geheel nieuwe manier bedacht om de dieren binnenboord te houden. Het oprolhek. Zoals de schaapsherder doet voor de schapen, zo bakent de hondenbezitter daarmee zijn territorium af voor zijn huisdier. En daarmee ook voor zichzelf. Soms staan er drie witte dozen op een rij, met allemaal hun eigen hekwerk rondom. Alsof je in een doorsneestraat langs de tuinen loopt. Meestal gaat het goed, een enkele keer vergeet een baasje het hekwerk goed te sluiten en ontsnappen de beesten alsnog (het zijn er vaak twee of meer). Vanmorgen ging het mis. Aan twee kanten tegelijk ontsnapten de honden, die met z’n vieren in gevecht raakten. Het leek er in eerste instantie speels aan toe te gaan, tot één van de honden een ander in de poot beet. Het gejank was tot in de verre omtrek te horen – of nou ja, in elk geval een paar caravans verder. Uiteindelijk leek het mee te vallen. Wat ik me nu afvraag, en hondeneigenaren roep ik op om te reageren: is zo’n ‘kampeerkennel’ nu echt beter dan vastliggen aan een niet al te korte lijn? Of is het alleen het gevoel van de baasjes? Wij hadden vroeger een pin die je in de grond kon draaien, met een ring die 360° om zijn as kon. Daar de lijn aan vastmaken, en de hond kon alle kanten op. Gaf nooit problemen. Maar ja, tijden veranderen en inzichten ook…kom maar door dus.

We startten rustig op vanmorgen. Het ontbijt hielden we simpel, met yoghurt en crackers, want om 13.00 zouden we gaan eten bij een favoriet restaurant hier in de omgeving: Le Tracteur. Onze dochter was ooit getipt hierover, en als we in de buurt zijn reserveren we altijd een tafeltje voor de lunch. Het eten verdient in onze ogen een Michelin-ster, zo goed is het. Ook deze keer stelde het niet teleur, het was fantastisch. Zo mooi opgemaakt, smaken die zo goed op elkaar afgestemd zijn, alleen maar lof voor de kok. We zaten in de tuin, heel sfeervol en sereen ingericht. De bediening is professioneel, allemaal aardige mensen. En dan ga je afrekenen en dan ben je maar €4 meer kwijt dan we hier op de camping betaalden voor een middelmatig hapje. Nu hadden we er geen wijn bij, alleen een karaf water, maar dan nog. En het was allemaal verrukkelijk en, ook belangrijk, niet teveel. Voor ons precies goed, maar wie er net een inspannende kanotocht van 60 km op heeft zitten zal het niet toereikend zijn.





Het enige wat detoneerde was de placemat
Nadat we eerst een berg fruit hadden ingeslagen bij een stalletje langs de weg en in de winkel daarnaast geitenkaasjes en stokbrood voor vanavond hadden gehaald reden we terug. We deden niet veel meer, en dat was nu juist de bedoeling. Terwijl we zo zaten te lezen kwam er een jongetje voorbij op een elektrische miniquad. Je weet wel, zo’n lawaaierig ding op vier wielen waarmee je door ruig terrein kunt crossen. Het jongetje, met gelukkig een helm op, was hooguit vier jaar. De gekte ten top, vonden wij. Later kwam hij nog een keer langs, deze keer door zijn ouders getrokken in een bolderkar. Zou hij niet kunnen lopen, vroegen we ons af? Je moet nooit te snel oordelen. ’s Avonds huppelde hij, met een telefoon aan zijn oor, vrolijk naast zijn vader die de hond uitliet. Wat moeten we dáár nu weer van denken??

dinsdag 2 juli 2024

Maandag 1 juli – dag 23: Remoulins

Buigend bamboe, reisverhalen in China, van Carolijn Visser. Lang geleden gelezen maar de titel is altijd blijven hangen. Hoe kom ik daar op? We bezochten vandaag, op aanraden van onze oudste dochter, de tuinen van Bambous en Provence. In tegenstelling tot de Bambouseraie bij Anduze, die we een aantal jaren geleden bezochten, was dit geen commercieel gebeuren maar een particulier initiatief van iemand. Een uit de hand gelopen hobby, op een terrein van 5,5 ha. Er staan iets van driehonderd verschillende bamboesoorten, maar ook staan er grote tonnen met waterlelies, bijzondere bomen en hier en daar wat bloeiende distels.

We werden uiterst vriendelijk ontvangen door de eigenaar. Hij legde ons uit hoe we alles konden bezichtigen, wat heel makkelijk was want de looproute was met kleine groene pijltjes uitstekend aangegeven. De toegangsprijs was met €9 pp alleszins redelijk vonden we. We liepen in eerste instantie tussen metershoge bamboebossen, al erg indrukwekkend, maar wat een gratis extraatje was: het woei heel hard. Bij de tent was dat minder fijn, hier zorgde het voor een zacht geklepper van de bamboestengels – als je ze zo kunt noemen, met hun diameter van zeker 8 à 10 cm – dat voor een natuurlijk gezang als van een windorgel zorgde. Indrukwekkend was het als een heel bos doorboog door de wind, alsof het een diepe buiging maakte voor ons als bezoekers. Alles was groen, en in de grootste variatie van tinten die je je maar voor kon stellen. Werkelijk schitterend. We keken onze ogen uit. Het was allemaal ook uitstekend onderhouden. Alleen al het maaien van het gras op dit enorme terrein moest haast een dagtaak zijn. Er waren bewust geen informatiebordjes geplaatst bij de verschillende soorten, op een enkele uitzondering na. Zo lazen we dat een bamboeplant in twee maanden zijn maximale hoogte bereikt, tot wel acht meter toe. Ze worden ‘geoogst’ als ze een jaar of twee zijn, en na droging kunnen ze toegepast worden voor een keur aan doeleinden. Meubels, vloeren, bouwmateriaal. Sterker dan staal wordt wel gezegd, vanwege hun enorme buigzaamheid. Voor verdere informatie moest je maar op Facebook kijken, het was vooral de bedoeling dat je deze plantaardige rijkdom zou ondergaan en daarbij niet afgeleid worden door tekstbordjes. Dat werkte, vonden wij. We bleven er een uurtje of twee, af en toe even zittend op een bankje om het op ons in te laten werken. Die paar bankjes en stoelen waren allemaal rood geverfd, wat natuurlijk weer een bijzonder accent gaf in deze groene wereld (voor de liefhebbers: groen en rood zijn zogenaamde complementaire kleuren die elkaar versterken. Het groen wordt groener, het rood roder. Daarom liggen er bij de slager vaak groene toefjes nepblaadjes tussen de verschillende soorten rood vlees). Tegen vijf uur hadden we de ronde gemaakt. Ik bezocht nog even de ‘droge’ wc. Het was geen dixie, zoals ik verwacht had, maar een kamertje met een wastafel, een schemerlampje en een compost-wc waar je zaagsel in gooit in plaats van met water te spoelen. We hadden het al vaker meegemaakt, maar deze voorziening hier kreeg van ons vijf sterren. Nadat we de eigenaar hartelijk hadden bedankt reden we terug naar de tent..

Dat was nog wel even een dingetje. Op de heenweg liet de navigatie het opeens afweten. Wat we ook probeerden, niets werkte. We reden af en toe een rotonde helemaal rond om daarna op de gok maar een bepaalde kant op te rijden. Door al dit gedoe nam ik een verkeerde afslag, en opeens stonden we voor het grote kasteel in Tarascon. Wow. We namen er natuurlijk een kijkje maar besloten niet naar binnen te gaan, dan zouden we de bamboe missen. Maar ook van buiten was het al indrukwekkend genoeg. Het werd eeuwenlang als militaire gevangenis gebruikt. Vanaf dit punt gingen we, net als vroeger, op de papieren kaart rijden. Ook wel weer eens leuk om die zo te gebruiken. Later heb ik de hele app verwijderd, maar dan moet je ook de kaarten opnieuw uploaden. Daar gingen mijn data. Gelukkig heb ik een abonnement met een grote databundel. Ook werd meteen duidelijk waardoor het probleem was ontstaan: doordat ik de betreffende regio niet had geüpload. Dat is vaak zo, dat je het systeem de schuld geeft maar in feite zelf iets over het hoofd hebt gezien. Een leven lang leren, laten we het daar maar bij houden.

Bij de tent was de wind, die ons ook daar heftig om de oren had geslagen, inmiddels wat gaan liggen. Het was een soort Mistral, de Tramontana die ons parten speelde. Zo heet het verschijnsel van die harde, vlagerige wind uit noordelijke richting, en die zal naar het zich laat aanzien nog enkele dagen aanhouden. De grootste zorg is of onze tent het houdt. We hadden de luifel weer aangeritst en uitgespannen om uit de wind te kunnen zitten, maar een sterke windvlaag kan de hele zaak zo van de grond slaan. We hebben de tent dan ook stevig toegesproken: gedraag je als buigend bamboe. Nu maar hopen dat hij luistert.



Het kasteel van Tarascon















Moeilijk te pakken, ze zijn zo snel die libellen,
maar uiteindelijk toch redelijk gelukt. 

Zondag 30 juni 2024 – dag 23: Cotignac – Remoulins (Gard)

Ha, ze lagen er! De croissants die we gisteren besteld hadden. Wel fijn, want we hadden toch weer een reis voor de boeg, zij het niet zo’n lange. Van de Var naar de Gard, dat was de bedoeling. We hadden de boel snel ingepakt, namen hartelijk afscheid van de beheerders, zeiden niets over het sanitair maar wel over de croissants: fijn dat ze er lagen. En het moet gezegd, de plek die we hadden was hoewel wat klein ook wel de mooiste van de hele camping. Er waren namelijk ook veel plekken beneden, die erg donker waren. Wij hadden uitzicht op de prachtigste wolkenluchten en het was ook een erg lichte plek. Dat, en de centrale ligging in het gebied maakte dat we er toch erg prettig gestaan hadden. Uiteindelijk betaalden we maar €14 per nacht, met elektra mee €19. De gemeente stelt de prijzen vast, de beheerders krijgen een vast salaris. Wie langer dan 7 nachten blijft krijgt korting, wij dus. En, eerlijk is eerlijk, we zouden het voor geen goud willen ruilen voor een 5-sterren hotel. Zelfs niet als we er een Jaguar bij cadeau kregen.

Ons eerste doel was een camping in de Gard, Les Vistes. Van buren hadden we dit adres doorgekregen, en het leek ons wel wat. We kwamen er aan terwijl de receptie nog gesloten was, we verkenden het terrein dus op eigen houtje. Er was één plek die ons wel beviel, ook aanbevolen door de buren, maar vlak daarnaast stond een grote tent met toeters en bellen, en dat vonden we toch te onvrij. We besloten door te rijden naar Remoulins, naar een vijf sterren-camping waar we al veel vaker geweest waren. Het is beslist niet het soort terrein wat we doorgaans zoeken, maar met een beetje geluk en vooral buiten het hoogseizoen kun je er een mooie, vrije plek vinden. Mocht dat niet het geval zijn zouden we terugrijden naar Les Vistes. Bij de ingang, voor de receptie, was net een megagrote caravan aan komen rijden die de weg geheel blokkeerde. Terwijl er aan de kant heel veel parkeerruimte is, speciaal voor combinaties auto-caravan. We zetten onze auto maar even neer op een parkeerplaats, liepen het terrein op om een plek te zoeken en omzeilden zo de blokkade. En geluk, dat hadden we. Een plek die we vaker in beeld hadden gehad maar die altijd bezet was; leeg. Ik denk dat het iets van 200 m² is met ruim voldoende schaduw.

Het was nog steeds heel warm, ruim boven de dertig graden, en dat betekende dat we het rustig aan moesten doen. Tussen het opzetten door gingen we even zitten om water te drinken. Evengoed stond alles weer snel, en om zes uur streken we neer op het terras voor een biertje (Bert) en tomatensap (ik). We hadden besloten hier ook te gaan eten, en om acht uur zaten we aan de rosé en de bavette. Geen culinair hoogstandje, maar voor een keertje prima. Aan het tafeltje naast ons zat een duidelijk ouder echtpaar, de vrouw zwaar zongeblakerd. We raakten even aan de praat, ze kwamen uit Zeeland. Vanaf april hadden ze  aan de Costa Brava gezeten, dat deden ze elk jaar. Vandaar de diepbruine kleur, als oud, uitgedroogd leer. De mevrouw vroeg van welk jaar we waren. Ze bleek maar een klein jaar ouder dan Bert, maar het verschil had niet groter kunnen zijn. Hij was nog een stukje ouder. Mij vonden ze maar een jonkie....We namen een toetje, dat wil zeggen, een paar bolletjes ijs en terwijl we aan het smullen waren kwam opnieuw de vraag: van welk jaar zijn jullie? Tja. Hier was toch iets niet helemaal in orde. Maar ze genoten nog van elke dag, en dat was mooi om te zien.

Na het eten liepen we nog even naar de rivier, op twee minuten afstand, om van de stilte en de zonsondergang te genieten. Alles was volgens plan verlopen. Alleen de croissants, die zouden we zelf moeten halen. In het winkeltje. Op 100 meter lopen. We kregen ze liever op ons tafeltje. Altijd wat te zeuren.



Iemand vast een handdoekje klaargelegd?









maandag 1 juli 2024

Zaterdag 29 juni – dag 22: Cotignac

Er stond een fonkelnieuwe, supersonische Jaguar bij de receptie. De eigenaar, of beter, degene die waarschijnlijk een megalening bij de bank had afgesloten waardoor je die laatste beter eigenaar kon noemen, bleef erin zitten. De bijbehorende dame stapte uit, voorzichtig, want ze had net haar nieuwe Louboutin schoenen aangetrokken voor de gelegenheid. De bijbehorende handtas, samen goed voor zeker €2000, liet ze voor de zekerheid bij haar echtgenoot (man klinkt zo ordinair) in de auto achter. De rode zolen van haar schoenen, handelsmerk van Louboutin, geschrokken van zo veel viezigheid, kleurden in één keer bruin toen ze via het stoffige paadje naar de receptie liep. Ik vroeg me af wat ze hier kwamen doen. Ik had al verteld over het sanitair toch? En over de zwarte wormen die overal op de muren kropen? Of wisten jullie dat laatste nog niet? Enfin. Je maakt hier wat mee.

Omdat het ons gisteren goed bevallen was dat het ontbijt al op ons tafeltje klaar stond ’s morgen vroeg, hadden we voor deze ochtend ook weer croissants besteld. Likkebaardend deed ik dus de tent open, in blijde afwachting. Niets. Ik keek nog maar eens goed rond, mijn ogen net half open dus misschien lag het daaraan. Achter de tent misschien, op het bankje? Nee. Bij de tot tentplaatsnummerhouder (scrabble!) gebombardeerde dakpan, met nummer 17 erop, niks. Bij de buren was wel wat bezorgd, we waren gewoon vergeten. Gelukkig hadden we zelf ook nog wel wat toastjes, en met yoghurt én een bak aardbeien konden we de dag wel aan.

In tegenstelling tot afgelopen dagen, waarbij het alleen maar warm en zonnig was, was het zerk nu geheel afgedekt met een dik wolkendek. Koud was het helemaal niet, maar het woei wel hard. We sloten de tent goed af, spanden nog wat extra stormlijnen en reden daarna naar het Parc Naturel Regional du Verdon. De Gorges du Verdon zijn schitterend, maar de weg erlangs ligt – uiteraard – heel hoog. Niet echt handig voor iemand met hoogtevrees. Maar ik wilde het toch wel weer eens proberen, dus wij ernaar toe. Het eerste stuk door het gebied was prachtig. Het begon alleen wel steeds harder te waaien. Er waren veel wielrenners onderweg die zich soms nog nét staande konden houden, maar ook geregeld af moesten stappen omdat ze gewoonweg omvergeblazen werden. In de verte zagen we het Lac Ste Croix liggen, ooit als stuwmeer aangelegd door een grote dam te bouwen. Zo’n 35 jaar geleden gingen we daar wel eens zwemmen, samen met goede vrienden en de kinderen. We huurden dan waterfietsen met een glijbaantje erop, dolle pret natuurlijk. Intussen, we waren bijna boven en dus haast toe aan de diepten van de kloof, toen onze auto aangaf dat de wind hem te gortig werd. Hij ligt zo vast als een huis op de weg, en als je voelt dat er wat beweging in begint te komen en dan niet naar voren maar naar opzij, weet je dat het misschien niet zo verstandig is om door te rijden. Kortom, we keerden om. In het plaatsje Aups (Oeps, zeggen we), wilden we dan maar een hapje gaan eten. Er was markt geweest en er stonden nog wat van die grote parasols, die vlogen bijna de lucht in. Het personeel moest eraan gaan hangen om ze tegen te houden. Helaas waren we, net als een paar dagen geleden, te laat voor het dejeuner en moesten we ons behelpen met crêpes. Aangekondigd als ter plekke gebakken, maar gewoon opgewarmd op een plaatje. Ach, de bediening was ontzettend vriendelijk dus we klaagden niet. Op de terugweg naar de tent kochten we bij de slager twee bijzondere geitenkaasjes, of zeg maar liever kazen, in de vorm van een tand. Ze werden dan ook ‘chêvre la dent’ genoemd. Met een bakje verse salade du célerie, een baguette van de bakker ‘comme toujours, madame? Oui, s’il vous plaît’, de aardbeien en de yoghurt die we nog hadden vormde dat een prima avondmaal.

Het educatiesysteem in Frankrijk wijkt nogal af van het Nederlandse, ook als het gaat om opvoeding. In de tent achter ons stonden grootouders met hun kleindochter van naar schatting een jaar of 3. Gezellig, weekendje kamperen met opa en oma. Hopelijk heeft de kleine dat ook zo ervaren, opa en oma zelf hadden namelijk duidelijk moeite met het grootouderlijk gezag. Terwijl ze de ene sigaret na de andere opstaken – onvoorstelbaar wat je allemaal kunt doen met een sigaret in je mond: tent opzetten, eten koken, was ophangen – gaven ze hun kleindochter opdracht iets op tafel te leggen. Het meisje, net lekker aan het spelen, deed dat niet meteen. Ja, en wat doe je dan, als rechtgeaard Fransman, over beter gezegd vrouw in dit geval? Je verkoopt het kind een mep. Krijsen natuurlijk. Met de peuk in de mond werd ze uitgescholden, niet om aan te horen allemaal. Ik kon me nauwelijks inhouden. Een kwartiertje later liepen oma en kind hand in hand naar de wc’s en dan zie je meteen hoe dat werkt bij kinderen. Altijd loyaal aan de (groot)ouders, ongeacht hoe erg ze be- of mishandeld worden. Vreselijk. In Nederland is het verboden om kinderen te slaan, maar we weten allemaal dat het desondanks gruwelijk mis kan gaan.

Goed, genoeg ellende. Hoewel we over deze familie nog niet uitgepraat zijn. Ik ging voor morgen opnieuw croissants bestellen en vertelde meteen dat we niets gekregen hadden. Vergeten waarschijnlijk. Nou nee hoor, de beheerster wist 100% zeker dat de broodjes op onze plek waren neergelegd. En ik even zeker van niet. Ze liet het er niet bij zitten, beende voor me uit naar opa en oma en vroeg of die soms brood hadden gevonden vanmorgen? Ja hoor, heerlijk, dank je wel. Hadden jullie dat besteld? Nee, dat niet. Madame ontplofte bijna. ‘Ik wilde hen ervoor laten betalen, en jullie hebben ze gewoon opgegeten???’ Ze werden nog net niet van de camping afgestuurd.

’s Avonds zagen we dat de Jaguar-mensen een piepklein tentje hadden opgezet. Logisch, zo’n auto kost dan wel een klein vermogen, maar bagageruimte, ho maar. Ik kon me de gesprekken al voorstellen: ‘Ja, we hebben wel een dure auto, maar we kamperen altijd heel eenvoudig hoor! We geven helemaal niet om geld.’ Tja, makkelijk praten als je het hebt. En een jaguar: die hoort in de jungle.




Lac Ste-Croix