maandag 24 juni 2024

Zondag 23 juni – dag 16: Cotignac

Je hebt van die plekken, daar praten mensen niet met woorden maar stroomt er vloeibaar goud uit de mond. Althans, zo lijkt het. Nadat we vanmorgen wat gezocht hadden naar een manier om uit de zon te blijven, strikte orders van de dermatoloog, en die gevonden hadden door de voordeur van de tent uit te spannen in plaats van een zijdeur, stapten we in de auto voor een bezoekje aan Cotignac. Nu kun je daar vanaf de camping naar toe lopen, het is maar een kilometer of twee, maar wel met een hoogteverschil van een paar honderd meter. En je moet ook weer terug. Daar hadden we geen trek in met 28°. We pakten dus de auto, die we op een mooi plekje in de schaduw konden parkeren. We waren zo in het centrum, ook niet zo moeilijk want het is een klein durp, op z’n Gronings gezegd (weet ik trouwens helemaal niet zeker, misschien is het wel Drents, of bestaat het helemaal niet, maar ik vond het wel leuk klinken). Het eerste wat opviel: het grote aantal auto’s uit Luxemburg. Het tweede: het grote aantal Porsches, BMW’s, Alfa Romeo’s en nog zo wat dure automerken. Die kwamen overigens niet alleen uit Luxemburg, maar ook uit België en Duitsland.

We liepen een leuk klein winkeltje binnen, met allemaal lekkernijen uit de regio. De merguez grijnsten ons toe, en we kochten het laatste pakje dat er nog lag. Samen met twee kleine verse geitenkaasjes hadden we zo al de helft van ons avondmaal te pakken. Alleen, het was zoals gezegd erg warm, en om die worstjes nu in de zon al voor te laten garen leek ons geen goed idee. We vroegen dus of we het even mochten laten liggen tot we naar huis zouden gaan; geen probleem. Mooi, goed geregeld. Verderop in de straten stonden de terrassen breed opgesteld, en een snelle blik op de krijtborden die om aandacht schreeuwden leerde ons dat de prijzen hier behoorlijk aan de bovenkant van het normale prijsniveau lagen. Aangepast aan het gemiddelde jaarinkomen van de autobezitters. Maar ja, wat wil je ook, het aanwezige publiek keek waarschijnlijk niet op een eurootje meer of minder. Wij, nog van de generatie dat je altijd moet kijken of het goedkoper kan en of je wel waar voor je geld krijgt, liepen maar snel door. Na een klein uurtje moesten we terug omdat de winkelmeneer ging sluiten, en dan zouden we onze merguez op de buik kunnen schrijven. Net voor we ze ophaalden zagen we aan de overkant van het plein een boucherie/charcuterie. Zouden ze daar nog wat extra merguez hebben voor ons? Ja hoor, en ook nog een lekker lokaal product dat leek op salami maar de vorm had van een klein Edammer kaasje. Net op tijd haalden we de andere boodschappen op, en voor een betaalbaar bakje koffie én twee baguettes vervoegden we ons bij de plaatselijke bakker. De koffie kwam in kartonnen bekertjes maar smaakte prima.

Terug bij de tent lunchten we met brood en de Edammer salami. Die was zo keihard dat we er bijna een bijl voor nodig hadden om hem aan te snijden, maar hij smaakte uitstekend. Dat vonden die mieren ook, die niet wisten hoe gauw ze zich moesten melden toen er een stukje op de grond gevallen was. Een hele troep verzamelde zich op de grond, om een ieniemienie stukje salami van 2² mm aan te vallen. Na de lunch schreef ik aan mijn blog en Bert dook in zijn boek (De wereld op zijn kop, van Benjamin Moser. Hij heeft het inmiddels uit.). Tegen de avond bakten we de merguez van de slager, de anderen lieten we liggen voor morgen. Met de tomaatjes die we nog hadden uit Italië maakten we een salade en kwamen tot de conclusie dat we eindelijk weer wisten hoe tomaten eigenlijk smaken. Na het eten, bij een bak koffie, keken we uit op een dieprode avondlucht. Wat een plek. Nu alleen nog even weten hoe dat moet, goud uit je mond laten vloeien.

Platanen en oleanders, je struikelt er bijna over

In de klif van tufsteen, waartegen Cotignac gebouwd is,
werden in de prehistorie al huizen gebouwd.
Nog steeds wonen er mensen in deze grotwoningen,
al zijn ze wel wat aangepast aan de tijd. 


zondag 23 juni 2024

Zaterdag 22 juni – dag 15: Peveragno – Cotignac (Var, Frankrijk)

De weersverwachting voor Zuid-Piemonte was uitermate slecht. In het noorden was al erg veel wateroverlast geweest, en dat zou nog vele malen erger worden komende dagen. Gold ook voor andere delen van Europa trouwens, zoals Zwitserland en Frankrijk. Overstromingen, aardverschuivingen, alles was mogelijk maar droog zou het in elk geval niet blijven. Van de ene wolkbreuk naar de andere. Dat zagen we niet zitten, en er zat maar één ding op: wegwezen. Maar waarheen? De weerkaart liet zien dat alleen het uiterste zuiden van Frankrijk dit weekend grotendeels zou ontsnappen aan slecht tot zeer slecht weer. Daarna knapte het overal wel weer op.

Ons oorspronkelijke plan om naar een camping à la ferme in de Mercantour te gaan moesten we laten varen, de weg ernaar toe hoog over de bergen en over kleine weggetjes was echt te gevaarlijk met dit weer en bovendien werd er juist ook daar veel regen verwacht komende week. We zochten op de kaart naar een camping in de buurt van Nice. In de Var, een ons geheel onbekende streek, vond ik een camping municipal die wel wat leek. Omdat we de bergpas moesten mijden ontkwamen we er niet aan eerst een heel stuk terug te rijden over de snelweg, en dan via de Rivièra naar de plaats van bestemming. Nou, dat was meteen bingo. We reden om half elf weg en stonden een half uur later alweer vast. Half Italië ligt op de schop, het lijkt de ringweg Groningen wel. Alleen gooien ze daar, zodra iets klaar is, de weg weer open en dat deden ze hier niet. Kilometers reden we met al het verkeer op één rijbaan, terwijl de tweede baan ons pesterig aankeek vanaf het asfalt, met het nodige leedvermaak. Boontje, loontje, zoiets. Nadat we drie uur gereden, of beter gezegd, stilgestaan hadden, zochten we een benzinestation op voor een korte pauze. Terwijl we de parkeerplaats opreden sprong iemand bijna voor onze auto, heftig zwaaiend. Welke gek…o wacht, het was onze overbuurman van de camping! Zij waren ruim een uur eerder vertrokken, en hadden dus nog veel langer vastgestaan. We kletsten gezellig bij en vervolgden daarna onze weg.

Na een lange rit, die vooral lang aanvoelde door de vele vertragingen (Tunnels! Honderden tunnels!), kwamen we om een uur of vijf aan bij Camping Les Pouverels, in Cotignac. Een wat mopperend aandoende man stond ons te woord. Op onze vraag naar een tentplek stak hij beide armen in de lucht, luid gesticulerend dat het natuurlijk ‘complet’ was. Alles was gereserveerd, en wat het niet was zou het binnenkort wel worden. Op de vrije plaatsen die we zagen konden we dus beslist niet gaan staan. Helaas pindakaas. Op onze vraag of er dan misschien morgen plek zou komen, we hadden al besloten als het hier niet lukte om een hotelletje te pakken voor een nacht, haalde hij zijn schouders op. Wie weet, kan van wel en kan van niet. We konden er geen soep van koken. Net toen we dan maar weg wilden gaan kwam er een dame aanfietsen, zijn vrouw. Hij vroeg haar te bevestigen dat ze vol waren, maar zij vertelde dat er nog een plek was! Weliswaar een hele smalle, krap aan voor onze tent, maar in elk geval konden we er gaan staan. Het vereiste enige creatieve aanpassingen om alle lijnen vast te zetten, maar met behulp van enkele boomtakken waar we ze omheen knoopte lukte het allemaal en na een uurtje stonden we dan toch weer, ingericht en al. Het woei behoorlijk hard zodat we de luifel niet op konden zetten, dan zouden we waarschijnlijk met luifel en al de lucht invliegen, maar dat deerde niet. We hadden een plek, we konden er voorlopig blijven en het was droog. Nou ja, bijna. Aan het begin van de avond vielen er wat spetters maar daar bleef het dan ook bij. Zin in koken hadden we niet, maar het verse stokbrood dat we onderweg gehaald hadden – Vive la France! – met goede Franse ham smaakte ons opperbest. Doel bereikt! Morgen maar eens zien wat de VAR* ons te bieden heeft. Hopelijk is de uitslag gunstig en ons doelpunt geldig 

*VAR = Video Assistent Referee, veelvuldig ingezet tijdens o.a. het EK voetbal

Uitzicht vanuit de tent


Vrijdag 21 juni – dag 14: Peveragno

De modderige varkensveldjes waren nog drassiger geworden want het had flink geregend vannacht, precies zoals voorspeld. Maar toen we opstonden was het bijna droog, we konden koffie zetten en ontbijten onder de luifel. Jammer genoeg waren de bergen nog steeds onzichtbaar door de laaghangende bewolking, een tochtje daarnaartoe konden we dus wel op onze buik schrijven, maar voor een bezoekje aan de stad Cuneo was het uitstekend weer.


Het was markt toen we aankwamen. Dat wil zeggen, het wás markt. Ze waren al aan het opbreken omdat we zoals altijd te laat waren. De markten stoppen er hier om twaalf uur mee, en dan komen wij pas tot leven. Dat ging vroeger al zo, het gaat nog zo en het zal altijd wel zo blijven gaan. Het hoort nu eenmaal bij ons. We kuierden wat onder de hoge galerijen die het marktplein omzoomden. In één van de winkeltjes, ze sloten wat later dan de markt, vond Bert de perfecte riem. Nu zakte eindelijk zijn broek niet meer af, waardoor hij een stuk beter zat. Mooi, die boodschap kon van het lijstje. We dronken een kop koffie en schrokken van de rekening: €3, voor twéé cappuccino wel te verstaan. Dat doen ze hier goed hoor, in Italië. 

Cuneo is vrij overzichtelijk opgebouwd. Op een luchtfoto zagen we dat het in de vorm van een kruis neergezet was, met het grote plein als middelpunt. Nadat we nog wat rondgelopen hadden vonden we het wel welletjes. Gisteren hadden we lang in de auto gezeten, het zag er heel regenachtig uit en we wilden het liefst maar gewoon wat lezen. Terug naar de tent dus.

Daar waren we getuige van een bijzonder tafereel: een camper die niet weg kon komen van het modderige veldje waarop hij stond. Er kwamen matten aan te pas, hielp niet. De wielen bleven doorslippen. Iemand kwam op het idee er grind onder te gooien, dat lag hier genoeg. Hielp een beetje. Duwen dan maar. Hielp niet. Uiteindelijk, met heel veel extra grind, nog meer matten én duwkracht van een flink aantal mensen raakte het ding weer op gang kon de weg vervolgd worden. We bekeken het met een beetje leedvermaak, maar ook wel met mededogen. Niet veel later: nummer twee. De hele geschiedenis herhaalde zich, en ook nu werd de grasmat geheel verwoest voor de wielen weer grip kregen. Later, toen we net aan het koken waren: nummer drie. Dat duurde nog veel langer allemaal, maar uiteindelijk kon ook die kolos de weg weer opdraaien.

Leedvermaak, ik zei het al. Maar God sliep niet, en hij vergastte ons met kennelijk plezier op een enorme hoosbui. Tja, dat krijg je ervan. Dankzij die al vaker genoemde luifel bleven we echter droog en konden we gewoon doorgaan met koken. Ik denk dat God het door de vingers heeft gezien. Of, misschien had hij (zij?) ook wel wat gegrinnikt in zichzelf. Wie zal het zeggen.

vrijdag 21 juni 2024

Woensdag 19 en donderdag 20 juni – dag 12 en 13: Venetië/Venetië – Peveragno

Twee voor de prijs van één vandaag. Het is tenslotte woensdag, gehaktdag: dan krijg je ook altijd voordeel bij de slager.


Woensdag 19 juni – dag 12

Een laatste dag op de heerlijke plek van camping Serenissima. Een luie dag ook, morgen staat ons een lange rit te wachten dwars door Italië. We deden de was, raakten langdurig aan de praat met landgenoten met ook een onderwijsachtergrond, lazen wat en lieten alle indrukken van deze week goed op ons inwerken. Zeven dagen hebben we hier gestaan, en hoewel het een gewone camping is, zonder sterallures met naast grotere en kleine tentjes ook veel campers en caravans, vonden we het er weer erg prettig. Voor de laatste keer aten we in het restaurantje, dat eerlijk gezegd nu wel wat veel van hetzelfde was. Maar goed, ter afscheid helemaal prima. De temperaturen waren opgelopen tot boven de 30 graden, de luchtvochtigheid tot 95% dus hoogste tijd om wat koelere oorden op te zoeken. Dat gaat morgen gebeuren. Venedig, ich muss dich lassen… (vrij naar een oud afscheidslied over Innsbruck van Heinrich Isaac, uit vermoedelijk 1495)


Donderdag 20 juni – dag 13

Vroeg opstaan, hadden we afgesproken, zodat we niet in de hitte alles zouden moeten afbreken. Wat denk je: vergeten de wekker te zetten. Dus werd ik pas om acht uur wakker. Tja, dan moet er nog koffie gezet en gedronken, alles bij elkaar gezocht, opgerold en ingepakt. Dat ging redelijk vlot, maar al gauw liep het zweet in straaltjes van onze rug. De buren zagen het eens aan, en toen we bijna alles in de auto hadden boden ze ons een kop koffie aan. Stroopwafeltje erbij? Ja graag. Ach, we hadden de tijd, dus gezellig. En het werd zo gezellig dat we uiteindelijk pas om 12 uur wegreden, nadat we ook nog snel een paar boodschappen hadden gedaan in Mira.

Het was een drukke weg, richting Milaan, vergeven van vrachtverkeer. Dezelfde weg hadden we vorig jaar ook gereden, maar toen hadden we ook nog noodweer onderweg en gelukkig bleef ons dat bespaard. Een uur of zes zouden we erover doen, en pas op het laatst werd het wat rustiger.

Gisteren hadden we twee potentiële campings uitgezocht in het gebied Langhe, in het zuiden van Piemonte. Ze lagen op een uurtje rijden van elkaar, dus als de een niets was konden we de andere opzoeken. De eerste, Viora, was zo gelegen dat je vanaf het terrein altijd zeker een half uur kwijt was voor je uit het bochtige weggennet van het laaggebergte bevrijd werd. Maar als het nu heel erg mooi was allemaal namen we dat voor lief. Eigenlijk zagen we het al toen we er aankwamen. Een langgerekt terras, de tenten behoorlijk dicht op elkaar, allemaal Nederlanders. Het was alleen toegankelijk voor tenten – de bezitters daarvan dan uiteraard. De aanwezigen waren zo te zien enorm enthousiast dat er nieuwe landgenoten in aantocht waren, en ze hadden zich al verzameld om ons welkom te heten. En om ons te wijzen op het feit dat de auto bovenaan moest blijven staan, na uitladen, dat wel. En dat dat wel lastig voor ons zou zijn, dat hele stuk omhoog lopen. En dat we ons eerst bij de receptie moesten melden. Pfff…Er bekroop ons een onbestemd, behoorlijk benauwend gevoel. Wilden we dit? Nee. Iedereen zou ons op de vingers kijken, ons gevraagd maar vooral ongevraagd van commentaar voorzien…laat maar. Bovendien was het een camping waar kinderen niet welkom waren, terwijl die juist overal voor de nodige levendigheid zorgen. We bedankten vriendelijk voor alle aandacht, keerden de auto en reden weg. Door naar de andere plek, Il Melo onder het stadje Cuneo, in het dorpje Peveragno.

Het was al wel laat toen we daar aankwamen, 19.00 uur om precies te zijn. De zon had plaatsgemaakt voor zware bewolking, er hing regen in de lucht. We mochten zelf rondrijden en een plekje uitzoeken maar doordat het hier ook al flink geregend had, hadden veel plekken meer weg van een flinke modderpoel voor een troepje gezellig wroetende varkens dan voor een tent. Uiteindelijk vonden we een min of meer droog lapje waar we precies op pasten met onze tent. Het hele terrein was een mengelmoesje van uitgebouwde caravans en kampeerplekken, zodat we het gevoel hadden op een soort veredelde volkstuin beland te zijn. Ook hier weer veel Nederlanders, maar de ‘huisjes’ waren allemaal van Italianen. En hoewel we ook hier redelijk dicht bij elkaar stonden stoorde het ons in het geheel niet. Niks hete aardappel in de mond, of stiff upperlip, zoals de Engelsen zeggen. Gewoon gezellige mensen die je fatsoenlijk groeten en je dan weer met rust laten. Onze overbuurman leek zo sprekend op de vader van een van onze schoonzoons dat ik vroeg of ze soms Friese roots hadden. Ja hoor! 100% zelfs. Maar ondanks de sterke gelijkenis, zelfde twinkeling in de ogen en, zoals later bleek, dezelfde humor was er van enige bloedband toch geen sprake.

Om negen uur zaten we met een bordje snelle pasta op schoot, wachtend op de regen die voorspeld was. Maar die bleef uit. Tenminste, tot we gingen slapen…

P.S. Geen foto's, de verbinding is niet alleen heel slecht hier maar we hebben er ook geen gemaakt deze dagen 😁



woensdag 19 juni 2024

Dinsdag 18 juni – dag 11: Venetië (Padua)

Het is een schril contrast met de temperaturen in Nederland, voor zover wij het goed begrepen hebben tenminste. Het wordt hier elke dag warmer, en naar het zich laat aanzien gaat de temperatuur komende dagen oplopen naar boven de 35. Gisteren werd die aanzet al gegeven, en dat merkten we goed.

Het plan was vandaag naar Padua te gaan. We waren er al vaker geweest en vonden het een mooie, gezellige stad. Naar de grootste bezienswaardigheid hoefden we niet meer te gaan, het Battistero van de Duomo di Padova, oftewel de doopkapel. We waren daar twee keer eerder geweest, en je weet niet wat je ziet, maar tegenwoordig moet je ruim van tevoren online boeken wil je erin mogen. Wij mochten destijds zo doorlopen.
We vonden een goede parkeergarage, wel zo handig bij deze temperaturen: bleef de auto nog een beetje koel. Het was voor de verandering eens een mooie, ruime garage met grote, goed toegankelijke plekken en ook nog op slechts vijf minuten lopen van het centrum. Toen we de hoek omliepen botsten we tegen een vrolijke beeldenpartij op:







Toen we uitgefotografeerd waren en verder liepen moesten we ons best doen om niet door de zon bevangen te worden, we hopten van schaduwplek naar schaduw. Vergeleken met Venetië was de stad wel een verademing, nauwelijks een toerist te zien. Al gauw besloten we dat het tijd was voor een kop koffie, die ik gekoeld en bruisend nam in de vorm van cola. Bert kreeg zijn cappuccino met een waar kunstwerk op het schuim – hoe doen ze dat toch? Met een sjabloon? Toen ik naar de wc ging, voor mijn vergelijkend onderzoek van café-toiletten, zag ik iets bijzonders. Er stond een bidet, dat was omgebouwd tot wc-pot. Wel een beetje gek dat je daar op moest gaan zitten, maar er was weinig keus.


De posters hadden we al gezien, waarop een overzichtstentoonstelling van Monet werd aangekondigd, en toen we tegen het Centro Culturale aanliepen waar die te zien was aarzelden we geen moment. Een hele goede beslissing, zo bleek, want het was er heerlijk koel! Dat was natuurlijk mooi meegenomen, maar het was werkelijk een schitterend overzicht van het werk van deze beroemde schilder. Er was veel gewerkt met audio-visuele presentaties, en hoewel we daar niet altijd fan van zijn maakte het de ervaring nu alleen maar indrukwekkender. Heel knap gedaan. Het waren allemaal werken uit het Musée Marmottan in Parijs, die door de zoon van Monet in 1966 geschonken zijn. We hebben er zeker een uur of twee zoetgebracht. Van de schilderijen heb ik geen foto's gemaakt, heb er alleen maar naar gekeken. Je kunt ze natuurlijk zelf altijd opzoeken. Hieronder wel een foto van een van de (bewegende) videopresentaties, en een mooie uitspraak.



We hadden inmiddels ook wel trek gekregen, en een klein restaurantje zonder schreeuwerige reclameborden trok onze aandacht. Er zaten alleen maar Italianen, een goed teken. Er stonden ook wat tafeltjes op straat, ik denk meer voor het idee, want tenzij je er zelf als een geroosterde kip uit wilt komen was het beslist niet verantwoord daar te gaan zitten. Binnen was het aangenaam. We aten er bigoli in een saus van ansjovis en ui. Bigoli is een wat dikkere spaghetti die van oorsprong uit de regio komt. We vulden dit maaltje aan met een ijsje bij de ijssalon om de hoek, en zo konden we er wel weer even tegen.

Om een uur of vier hadden we het wel gezien, het werd er ook niet koeler op. Terug bij de tent doken we in onze boeken. Het avondeten sloegen we over, we hadden genoeg aan wat stukjes kaas, rauwe ham en wat crackers. Wel met een wijntje erbij natuurlijk. Morgen weer een rustdag, de was doen en vooral verder niets. Zo warm. Het is ook nooit goed. Pffff.

dinsdag 18 juni 2024

Maandag 17 juni – dag 10: Venetië

We zitten hier aan het water, en dat heeft naast de gezelligheid van af en toe een ‘reisje naar de Rijn’-bootje ook een minder leuke kant. Het stikt hier ’s avonds namelijk van de muggen. Van die gemene kleine steekbeestjes. Ik zie er nu uit of ik de mazelen heb (nee, niet gevaccineerd, dat was er nog niet toen ik jong was). Maar goed, hoort bij het buitenleven zullen we maar zeggen.

Het was een rustdag voor ons. Al dagen achter elkaar waren we in touw geweest, we waren toe aan een dagje niets. Veel te vertellen valt er dus ook niet. Of het moet zijn dat de ontzettend luidruchtige, schreeuwende Italiaanse familie aan de overkant van ons pad vanmorgen godzijdank vertrok. Zij pasten gewoon niet op dit rustige terrein. Twee vaders, een opa, een moeder en drie jonge kinderen van naar schatting tussen de 2 en 6 jaar oud. Middenin de nacht renden ze nog rondjes om de tent. Af en toe werd er een bord eten met een mobieltje erbij voor hun neus gezet, filmpje kijken en eten was het devies. Ze aten niet gezamenlijk, zoals je altijd in die gelikte reclames ziet, met la mamma in de hoofdrol, maar allemaal apart op andere tijden. Maar tegelijkertijd voelde het wrang: de drie kinderen waren ook thuis overgeleverd aan deze vreselijke schreeuwpartijen en grenzeloosheid. Je kon uittekenen hoe het met die kleintjes af zou lopen.

Aan het eind van de morgen deden we een paar boodschappen in Mira, het dorpje om de hoek. Er was daar kort geleden een derde grote supermarkt geopend: de PAM. De Lidl en de Max hebben daar een forse concurrent aan! Een hele ruime, schone winkel met een enorm assortiment. We haalden zowel bij de Lidl als bij de Pam wat voor het ontbijt en het avondeten, na drie avonden bediend te worden wilden we toch wel weer eens zelf koken. Dat is met kamperen toch ook een beetje de lol.

Verder deden we weinig. We lazen wat, ik schreef wat, Bert probeerde een dutje te doen in de tent maar werd er zowat gekookt dus hij was er al snel klaar mee. Want ja, het is warm. Heel warm. En ons lijf is er gewoon nog niet aan gewend. Aan het eind van de middag kwam er een auto aanrijden waar een gezin met drie opgroeiende kinderen uitrolde. Ze haalden zo’n 85 tassen en kratten uit de auto, zetten het op de grond en gingen middenin die chaos gezellig soep zitten eten. Gewoon op de grond, zoals wij dat vroeger ook deden. Na een uurtje kwam de tent eraan te pas, en toen die eenmaal stond mikten ze alle tassen en slaapmatjes gewoon naar binnen. Klaar! De uitvinding van de tunneltent is voor veel mensen toch een uitkomst, je kunt ze zelfs in de supermarkt al voor een paar tientjes kopen en zo kun je met een heel gezin een betaalbare vakantie hebben.

Je hoeft in het algemeen maar om je heen te kijken en je ziet de verhalen binnenstromen. Nu heb ik er al veel van op het blog gezet, maar deze ontbrak nog: op de boot, twee dagen geleden, heb ik me kostelijk vermaakt met een jongen die om de haverklap z’n telefoon pakte. Dat feit op zichzelf is niet bijzonder, maar wel dat hij hem in zijn achterzak probeerde te wurmen terwijl hij vergat dat hij zijn jack om zijn middel had geknoopt. De eerste keer denk je ‘ach’, de tweede keer ‘kan gebeuren’, maar bij de vijfde keer werd het toch wel erg grappig. Nu ik het opschrijf is het trouwens veel minder leuk dan toen ik het zag.

’s Avonds gingen de muggen massaal in de aanval. Je moet een litertje of 10 deet meenemen, want ze prikken je waar ze maar kunnen. Om dat geprik een halt toe te roepen spuit ik me vanaf nu in met een flinke hoeveelheid Deet. Je moet toch wat. Kijken of het wat Doet.


Omdat ik verder geen foto's heb van deze dag
maar een plaatje van de nieuwe luifel die aan onze tent vastgeritst is.
Gigantisch veel leefruimte hebben we nu! 


maandag 17 juni 2024

Zondag 16 juni - dag 9: Venetië (Biënnale deel 2)

Krrrrrk! Ons kaartje, als driedagenkaart gekocht voor toegang alle openbaar vervoer in Venetië, weigerde dienst. Dat wil zeggen, het ene kaartje. Het andere deed het gewoon en gaf letterlijk groen licht. Aangezien we wel flink betaald hadden en geen zin in de boete van €50 die er aan zwart rijden dan wel varen hing, meldde ik het bij de chauffeur. Die reageerde niet eens, zijn ze hier vrij sterk in. Ok. Dan maar bij de boot proberen. Krrrrrk! Dit gebeurde ons vanaf dag één. Bij de camping, waar we bij terugkomst reclameerden, legden ze ons uit dat het ‘normaal’ was. Niks van aantrekken en vooral de bon goed bewaren.

In de bus hadden we zowaar de plaatsen voor het uitkiezen. Dat kwam ook omdat we een halte teruggelopen waren, zodat we niet tussen alle campinggasten bij onze eigen bushalte terecht zouden komen. Missie geslaagd. Tegenover ons stond een dame, zo te zien vrij hoogzwanger van een twee- dan wel drieling, met een klein jochie in een buggy. Het kind verveelde zich natuurlijk het apezuur op de rit van dik een half uur, maar je moet niet denken dat het ook maar enige aandacht kreeg. Nou ja, een beetje wel, zodra hij piepte kreeg hij de telefoon van zijn moeder waarop ze een filmpje voor hem uitzocht. Blik op het scherm = kind stil, is het adagium. Opeens kreeg ze de dringende behoefte te bellen, kon echt niet wachten (waarschijnlijk een vriendin met een kledingcrisis of zoiets), dus griste ze het toestel uit de kleine handjes waarop het kereltje het op een krijsen zette. Dat herhaalde zich een aantal keren, tot ze de bus verlieten.

Vandaag stond weer in het teken van de Biënnale, deze keer in het Arsenal. Migratie en dekolonisatie waren ook hier het hoofthema, de kunstenaars allemaal zelf op een of andere manier slachtoffer of in elk geval erbij betrokken. Net als vorig jaar waren wij ook meer onder de indruk van dit deel van de exposities. Waar hem dat precies in zat is moeilijk te duiden, maar de ruimtes die zo totaal anders waren dan de paviljoens in de Giardini speelden een grote rol. De eerste zaal die je binnenloopt is meteen zo groot en hoog, wat je ziet zo imponerend dat het je niet meer loslaat. Tenminste, die ervaring hadden wij. Wie meer wil weten, zoek op internet. Er is genoeg te vinden over dit grootse gebeuren.












Inzending van Malta, zoek op internet naar uitleg. 


Na een uurtje of wat streken we neer in het restaurant voor een iets uitgebreidere lunch dan een broodje in een servetje. Ik had erg veel zin in iets van sla, dus nam ik de Caesar salade, die overigens niets met de beroemde keizer te maken heeft maar is bedacht door Caesar Cardini, een Amerikaanse restauranteigenaar uit San Diego (VS). Hij wordt gemaakt met Romaine sla, een lekker knapperige slasoort met een wat bittere smaak. Verder zit er geschaafde parmezaan over en het geheel wordt bestrooid met versgebakken croutons. Een pittige dressing maakt het af. Deze versie bevatte volgens de menukaart ook nog kip, helemaal goed. Wat ik kreeg was ronduit teleurstellend. Er zat kraak noch smaak aan, en ik had zo mijn twijfels of de Romaine hier niet was vervangen door de veel goedkopere ijsbergsla. Onder het motto ‘dat merken ze toch niet’. Nou, ik wel. Ook de parmezaan was naar mijn idee getransformeerd in Gran Padano, en de croutons waren ronduit slap en zouteloos. Ik vroeg de, overigens zeer vriendelijke, bediende of mijn vermoeden wat betrof de sla klopte. Hij begreep totaal niet waar ik het over had. Tot we hem later de menukaart zagen bestuderen en hij bij ons terugkwam: ik had gelijk hoor! Het was ijsbergsla. Ik adviseerde hem zijn baas ervan op de hoogte te stellen dat de saladepolitie deze ‘vergissing’ had opgemerkt. Geen idee of hij dat ook gedaan heeft, en we maakten er verder maar geen punt van. Bert had trouwens iets met ravioli en inktvis, hoewel dat laatste ook wel geperste witvis kon zijn, maar het smaakte hem goed.

We vervolgden onze weg door het Arsenal tot het eind, en lieten ons toen door een bejaardenkarretje terugbrengen richting uitgang. Het laatste stuk liepen we zelf, in de hitte want de temperaturen waren aardig opgelopen. Bij de vaporette was het weer erg druk. Twee jonge mensen hadden zich pontificaal op een van de voorste bankjes neergevlijd, van die bankjes waar op staat dat ze voor zwangeren/moeder’s met kleine kinderen/gehandicapten én 70+ waren. Met mijn allerbeminnelijkste doch besliste juffenblik wees ik de jongelui daarop. Ze wisten niet hoe gauw ze op moesten staan, en zo konden we de driekwartier durende sightseeingtour door het Grand Canal rustig uitzitten. Er kwamen natuurlijk nog veel meer mensen op leeftijd binnen, en ik weet niet hoe het kwam, maar iedereen die fit en vitaal was stond onmiddellijk zijn of haar plaats af. Er is nog hoop voor de mensheid.

De bus terug was zowaar ook half leeg. Voor de laatste keer scanden we onze kaartjes, misschien hadden we deze keer geluk: krrrrrk.